Zij-instroom » Geschiktheidsonderzoek

Het geschiktheidsonderzoek voor zij-instromers is erop gericht om vast te stellen of mensen van buiten het onderwijs geschikt zijn om als leerkracht in het primair onderwijs te werken. Het gaat om het vaststellen van eerder verworven competenties (EVC) en of deze in voldoende mate direct inzetbaar zijn voor de klas, al dan niet met aanvullende scholing. 

Het geschiktheidsonderzoek bestaat uit zeven onderdelen:

Portfolio

In dit onderdeel beschrijf je alle relevante leer- en werkervaringen en de daarbij verworven bekwaamheden in het aangereikte portfolio. Het portfolio is een document waarin gegevens (bewijzen) genoteerd en materialen bijgevoegd kunnen worden om aan te tonen aan welke bekwaamheidseisen je al voldoet. Het is belangrijk om bewijzen te leveren in de vorm van getuigschriften, referenties, werkstukken en dergelijke. Het portfolio moet gemaild worden naar het secretariaat van het Marnix Onderwijscentrum (zij-instroommoc@hsmarnix.nl) voordat de beroepspraktijkgerichte opdrachten en het criteriumgericht interview plaatsvinden.

Schriftelijke beroepspraktijkgerichte opdrachten

Je wordt uitgenodigd op de Marnix Academie om individueel een aantal schriftelijke opdrachten te maken die gericht zijn op het ontwikkelen van lessen voor het vak en het voeren van gesprekken. Daarnaast analyseer je een aantal door leerlingen gemaakte opdrachten en bedenk je welke vervolghandelingen door de leraar gedaan kunnen worden.

Criteriumgericht interview (CGI)

Het criteriumgericht interview wordt afgenomen door twee assessoren: een opleidingsassessor van de hogeschool en een assessor uit de schoolpraktijk. Tijdens een interview van een uur worden verdiepende vragen gesteld naar aanleiding van het ingeleverde portfolio en de gemaakte praktijkgerichte opdrachten. Ook zullen er vragen gesteld worden over je visie op het beroep. Het doel van het CGI is het vinden van aanvullend bewijs voor de bekwaamheidseisen waarop het assessment zich richt.

Praktijkles

In dit onderdeel worden onderscheiden: de lesvoorbereiding, de lesuitvoering en de zelfreflectie op de les.
Het gaat om het uitvoeren van een les in een werkelijke klassensituatie op een voor jou onbekende
basisschool. Het is de bedoeling dat je je goed voorbereidt en over de les contact hebt met de
desbetreffende school. Tijdens de uitvoering zullen de assessoren achter in de klas observeren. De
Vragenlijst Lesvoorbereiding dient als houvast bij de voorbereiding. De vragen van deze vragenlijst komen
mogelijk ook in het reflectiegesprek aan de orde. De Lesopzet Praktijkles kun je gebruiken als leidraad voor
de les. Deze lesopzet en vragenlijst lesvoorbereiding neem je in drievoud mee op de dag van de praktijkles.
In de Toelichting Praktijkles wordt aangegeven aan welke voorwaarden dit onderdeel moet voldoen.

Na afloop van de praktijkles is er de gelegenheid om terug te blikken op de gerealiseerde les. Je bereidt het
reflectiegesprek voor en kunt daarvoor gebruik maken van het document Voorbereiding op het
reflectiegesprek
dat je ter plekke ontvangt. Je reflectie op de les is het uitgangspunt voor het reflectiegesprek
met de assessoren.

Reflectiegesprek

Aansluitend op de praktijkles en de zelfevaluatie, volgt het reflectiegesprek. Dit gesprek heeft een tweeledig doel. Ten eerste wordt je reflectie op de les gevraagd en vergeleken met de observatie van de assessoren. Daarnaast zullen de assessoren vragen stellen met het oog op het vinden van bewijs voor nog niet aangetroffen bekwaamheden..

Beoordeling en advies

De laatste fase bestaat uit de beoordeling en de uitwerking van bevindingen in een rapportage, plus het advies van de assessoren. Nadat de rapportage is opgesteld, volgt een gesprek waarin door de assessoren een toelichting op de beoordeling aan de kandidaat wordt gegeven.

Reken- en taaltoets

Het geschiktheidsonderzoek begint met een eigenvaardigheidstoets voor rekenen. De eigenvaardigheidstoets voor rekenen (wiscat) geeft een goede indicatie of de landelijke kennisbasistoets rekenen en wiskunde (verplicht voor alle leerkrachten in het primair onderwijs) binnen twee jaar gehaald kan worden. Om onderwijs te kunnen geven in het primair onderwijs, wordt de eigen vaardigheid voor rekenen voorwaardelijk geacht. Bij onvoldoende resultaat op de wiscat-toets wordt het geschiktheidsonderzoek afgebroken.

Tijdens het gehele geschiktheidsonderzoek wordt gekeken naar mondelinge en schriftelijke vaardigheid in de Nederlandse taal. Indien er twijfel is over het niveau, kan besloten worden dat er een taaltoets moet worden afgenomen alvorens een geschiktheidsverklaring kan worden gegeven.

Voorbereiden op het geschiktheidsonderzoek

Tijdens de gehele procedure van het geschiktheidsonderzoek staan het aanleveren van bewijslast door de kandidaat zij-instromer en het vinden van bewijslast door twee assessoren centraal. Voor het aanleveren van bewijzen in de diverse fases van het onderzoek is de kandidaat zij-instromer zelf verantwoordelijk. 

De rol van de assessoren tijdens het geschiktheidsonderzoek. 
Tijdens het geschiktheidsonderzoek zijn de assessoren voortdurend op zoek naar bewijzen die de indicatoren van de bekwaamheden aantonen. Hiertoe zullen zij de aangeleverde documenten bestuderen, vragen stellen en observeren. De assessoren geven gedurende het assessment geen feedback of een tussentijdse terugkoppeling. Veel kandidaten ervaren dit als een “eenzaam proces”, omdat ze niet weten “of ze op de goede weg zijn”. De reden dat je geen feedback krijgt, is dat het assessment een beoordelingsinstrument is waarmee wordt vastgesteld in hoeverre de beoogde bekwaamheden eigen zijn gemaakt door de kandidaat zelf. Pas in de nabespreking hoor je van de assessoren wat hun bevindingen zijn. Na het opstellen van de rapportage, met daarin het advies, volgt het eindgesprek. Hiermee is het assessmenttraject afgerond.

Mogelijke uitkomsten van het geschiktheidsonderzoek

Een geschiktheidsonderzoek brengt in beeld of de kandidaat als zij-instromer direct voor de klas kan en al voldoende in huis heeft om met beperkte scholing zich te ontwikkelen tot ‘leerkracht startbekwaam’. De uitkomst van het geschiktheidsonderzoek kan zijn:
• Volledig geschikt: de zij-instromer kan direct ingezet worden. Er is geen aanvullende scholing en begeleiding nodig. De zij-instromer kan bij een lerarenopleiding een aanvraag voor een bevoegdheid doen.
• Bijna volledig geschikt: de zij-instromer kan direct ingezet worden en ontvangt daartoe een geschiktheidsverklaring. Voor de daadwerkelijke bevoegdheidsverklaring Leraar primair onderwijs moet de zij-instromer afspraken maken met de lerarenopleiding om zijn kennis en vaardigheden verder te ontwikkelen. De maximale termijn van het zij-instroomtraject (scholing en begeleiding) is twee jaar.
• Niet (volledig) geschikt: De zij-instromer is niet of niet direct in het onderwijs in te zetten en dient een opleiding te volgen tot leraar. In sommige situaties wordt de zij-instromer gevraagd om de keuze voor het onderwijs in heroverweging te nemen.

Subsidie zij-instroomtraject

Een bestuur (het bevoegd gezag) kan voor een zij-instromer een subsidieaanvraag doen van €20.000 per zij-instromer. De aanvraag dien je in bij DUO. Met de subsidie kan het geschiktheidsonderzoek, de scholing en begeleiding worden betaald. Het geschiktheidsonderzoek wordt aangevraagd door het bevoegd gezag dat de zij-instromer in dienst wil nemen, of door de zij-instromer zelf. Het is raadzaam onderling goede afspraken te maken over de bekostiging van het geschiktheidsonderzoek en daarbij ook rekening te houden met de reële uitkomst dat de kandidaat niet geschikt wordt geacht als zij-instromer. Meer informatie over de subsidie lees je hier.

Meld je hier aan voor het geschikheidsonderzoek

Download alle informatie over het zij-instroomtraject.